Geschiedenis
Dorpskerk in jaartallen
1326 1e vermelding van een kerk/parochie te Ruurlo
ca. 1350 bouw stenen schip en koor, toegang via Dorpsstraat
ca. 1468 bouw toren
1561 bouw 1e noordelijke zijbeuk (laagbouw)
1598 dorpskerk wordt NH kerk, 1e predikant Johan Wigelius
1609 oorsprong van kerkklok, gemaakt door Arent van der Put
17e e. oorsprong preekstoel
1746 e.v. restauratie van de kerk o.a. door verkoop bomen door Assueer van Heeckeren
1752 reparatie kerkramen
1760 gieten klok door C. Voigt in opdracht van Assueer van Heeckeren
1793-1797 restauratie kerk, met lening van 6000 gulden, restauratie stormschade dak
1796 gemeente telt 1375 zielen
1797 gemeente telt 1390 zielen
1816 installatie 1e Kerkeraad (daarvoor was Ruurlo ‘open gemeente’)
1826 gemeente telt 1620 zielen
1840 bouw orgel door Johann Heinrich Holtgräve
1845 restauratie van de kerk, waaronder vervanging noordbeuk en aanbreng plat dak
ca. 1845 sluiting begraafplaats op dorpsplein
1855 gemeente telt 1940 zielen
1856 verplaatsing gevangenis en brandspuithuisje t.b.v. consistoriekamer
1894 bouw extra wijzerplaat en dakkapel
1943 confiscatie kerkklokken door Duitse bezetter
1949 gieten nieuwe kerkklok
1954-1956 restauratie interieur kerk, waaronder leggen tegelvloer
1960 herstel toren
1962 start bouw gemeentecentrum Sprankel aan Domineesteeg
1962 installatie verwarming kerk
1983 restauratie orgel door de firma Gebr. Reil, met adviseur Klaas Bolt
1984 restauratie kerk
2002 onderzoek naar graven op dorpsplein
2004 laatste restauratie kerk, o.a. voeg-
en stucwerk

huidige
kerkklokken
Toren, klokken en uurwerk
De toren van de dorpskerk is 16,5 meter hoog. Het is een gezichtbepalend element in de “skyline” van Ruurlo. De toren met achtkante spits dateert uit de 15e eeuw, omstreeks 1468. Omdat er geen rondgang bovenin de toren is, valt de toren niet te beklimmen. Via verschillende trappetjes is er alleen een –gevaarlijke- toegang voor onderhoud van het uurwerk en het ophangen van de vlag.
Het uurwerk van de torenklok heeft als datum 1894. In die tijd is de wijzerplaat van de toren verplaatst en is een extra wijzerplaat en dakkapel op de spits aangebracht. Voor die tijd had de toren alleen aan de zuidzijde een wijzerplaat, onder de spits. In de kerk is het oude uurloopwerk met opwindmechanisme tentoongesteld.
In de toren hangen twee klokken. De eerste dateert van 1609, weegt bijna 1000 kg en is gemaakt door Arent van der Put uit Deventer. De tweede, van ongeveer gelijk gewicht, is van 1949 en heeft als opschrift:
“uit nood ben ik geboren, uit leed en oorlogswee, als god mij wil verhoren, dan luid ik altijd vree”.
Beide klokken zijn in WO II in beslag genomen door de Duitse bezetter. Eén klok werd niet meer teruggevonden. Die had als opschrift:
“Asweer
baron van Heeckeren heer en opperkerckmeester van Ruurloo, heeft deese klock
doen reformeren ad gloriam Dei: W. Aberson ecclesiaste; C. Aberson aedili: me
fecit Christion Wilhelm Voigt; ent Christian Voigt Fillus: uit het lannt van
Lüligh. 1760”
Vrij vertaald: Asueer van Heeckeren -in de 18e eeuw kasteelheer van Ruurlo- bestelde als voorzitter van het college van Kerkrentmeesters bij Christian Voigt en Zn in 1760 de klok, “ter eer van God”.
dakkapel met uurwerk anno 1894

Asueer van Heeckeren
Oorsprong Dorpskerk
De eerste vermelding van een kerk dateert uit 1326. De kerk
is dus bijna zeven eeuwen oud! Er moet begin 14e eeuw een “parochie
Ruurlo” zijn geweest, en genoemd in die tijd is een pastor Ludolphus Van
Stocke.
Het huidige kerkgebouw dateert uit verschillende perioden
(zie het schema). Het schip en koor dateren uit de 14e eeuw.
Destijds waren deze nog niet overwelfd en bovendien was het plafond ca. 2 meter
lager.
Omstreeks 1450 is de toren aan de kerk toegevoegd en zijn
schip en koor verhoogd en overwelfd.
De noordelijke zijbeuk zijn omstreeks 1561 aangebouwd. In 1845 is de zijbeuk vervangen en in 1856 een consistoriekamer ten noorden van de toren gebouwd. In 1927 is deze vervangen door de huidige ruimte naast de toren.
In 1956, 1984 en 2004 vonden de laatste restauraties plaats. Tijdens de restauratie rond 1954-1956 is de huidige tegelvloer aangebracht.
Bouwperioden Dorpskerk
Naam Dorpskerk
De huidige “Dorpskerk” is van oorsprong een Rooms-Katholieke
kerk die was gewijd aan St Willibrordus.
In 1595 werd de kerk bij de
Reformatie een Nederlands Hervormde kerk. De Ruurlose kerkgangers gingen
destijds bijna allemaal over, op vier katholieke gezinnen na.
Decennia lang hebben Ruurlose katholieken, deels in
schuilkerkjes in de omgeving (Huize Medler) en in Ruurlo, vieringen gehouden.
In 1869 is door de beroemde Pierre Cuypers, architect van het Rijksmuseum en
het Centraal Station van Amsterdam, de huidige katholieke kerk gebouwd. Deze is
opnieuw aan Willibrord gewijd. De Willibrorduskerk is gebouwd in neogothische
stijl. De katholieke basisschool is ook naar Willibrord genoemd.
Pierre Cuypers bouwde meer dan 100 kerken. Eén ervan staat
vlakbij, in Kranenburg, tussen Ruurlo en Vorden. De gelijkenis met de huidige
RK Kerk in Ruurlo is frappant. Deze kerk is in vrijwel dezelfde tijd gebouwd.
Willibrord (658-739) staat bekend als de apostel der Friezen
of apostel van de Benelux. Hij overleed in het jaar 739 in Echternach
(Luxemburg).
Willibrord

Cuypers
Orgel
Het orgel is in 1840 gebouwd door Johann Heinrich Holtgräve. Bij de bouw maakte hij gebruik van een windlade van Schnitger, afkomstig van het bovenwerk van het afgebroken oude orgel van de Grote Kerk te Deventer. Deze windlade is in Ruurlo gebruikt voor het hoofdwerk. In 1970 reviseerde Flentrop de windladen. Onder advies van Klaas Bolt werd het orgel in 1983 gerestaureerd door de firma Gebr. Reil. Op 14 december 1983 kon het instrument weer in gebruik worden genomen met een bespeling door adviseur Klaas Bolt. Het orgel staat bekend om zijn heldere en zangrijke klank. Het orgel heeft 800 pijpen, waarvan de grootste meer dan 2 meter lang is en de kleinste een paar centimeter.
Holtgräve was woonachtig in Deventer en heeft ook de orgels geleverd in kerken in o.a. Deventer (Bergkerk en Lebuïnuskerk), Bathmen en Dalfsen.
In
het koor staat een orgel uit de voormalige Boskapel in Veldhoek. Het dient als begeleidingsinstrument bij (vocale)
concerten. De boskapel dateert uit 1843, eerst als school en sinds 1887 als
kerk, tot 2003, toen het werd verkocht.
Ruurlo heeft een traditie van trouwe en betrokken
organisten. In de periode van 1870 tot 1957 is het orgel bijvoorbeeld door slechts
twee organisten (Horsman en Baarslag) bespeeld.

Ruurlo en het
geloof
Ruurlo is een voornamelijk
protestants kerkdorp. Plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde zijn daarentegen
overwegend katholiek. De ene plaats heeft een rijke carnavalstraditie, de
andere niet. Hoe komt dat?
Ruurlo viel van oorsprong onder de
invloedssfeer van de graaf van Gelre en Zutphen, van hervormde huize. Andere
plaatsen, waaronder Borculo, onder de bisschop van Munster. Het is een
grensgebied, afgebakend door natuurlijke barrières waaronder de Berkel
en de Ruurlose Broek. Kranenburg is een katholiek
plaatsje vanwege de lokale invloedssfeer vanuit huize Medler.
Samenleven, rust en
verdraagzaamheid, dat kenmerkt Ruurlo. In een overwegend agrarische gemeenschap
is dat heel natuurlijk. Het dialect verbindt, wat het geloof scheidt.
Voor 1920 gingen alle gezindten gewoon gezamenlijk naar de dorpsschool op het
dorpsplein.
De kerk in Ruurlo is vanuit de historie vrijzinnig hervormd, hetgeen zich uit in een zekere vorm van ruimdenkendheid, het wars zijn van dogma’s, en de nadruk vooral leggen op hoe je leeft, niet zo scherp op wat je gelooft. Kerkbezoek is niet het eerst en meest belangrijke in het geloofsleven. De kerk is er voor doop, huwelijk en dood. Er is een kerkelijke gemeenschap, maar deze is niet direct heel zichtbaar. Men staat wel altijd voor elkaar klaar als de nood aan de man is. Tegenwoordig is Ruurlo Samen op Weg met gereformeerd Barchem in de Protestante Gemeente Ruurlo-Barchem in wording.
De kerk in Ruurlo is ook nog in bezit van een Kapel uit 1885
aan de Barchemseweg in Ruurlo. Deze kapel was van de Vereniging van Evangelisatie
en was tot 1974 in gebruik door de rechtzinnig hervormden, dat wil zeggen
hervormden die minder gecharmeerd waren van een al te vrijzinnig geloof.
Sommige generaties binnen de familie Van Heeckeren voelden zich daartoe meer
aangetrokken en steunden die kapel. Er staat tussen Barchem en Lochem, op de
Kaleberg trouwens ook een mooi kapelletje. Ook die is geschonken door een van
de Van Heeckerens, die zich indertijd aangetrokken voelde tot de Woodbrookersstroming
(er is daar ook het Woodbrookerhuis).
Kerk en kasteel
Er heeft door de eeuwen heen een
innige relatie bestaan tussen de kasteelbewoners sinds 1420, de familie Van
Heeckeren van Kell, en de Dorpskerk. Als markerichter en opperkerkmeesters waren
de Van Heeckerens verantwoordelijk voor het instandhouden van de kerk. De toren
was tot eind 19e eeuw in bezit van de marke van Ruurlo. De heren van
Ruurlo bezaten niet het recht tot benoemen van predikanten, hoewel
gedocumenteerd is dat zij dit verschillende keren wel geprobeerd hebben.
Er zijn veel Van Heeckerens in de
dorpskerk gedoopt en getrouwd. Het is niet geheel duidelijk of zij er ook
altijd zijn begraven. Sinds 1847 worden zij begraven in het familiegraf op de
algemene begraafplaats.
De kerk en de familie Van
Heeckeren waren in de loop der eeuwen beiden bezitter van grond en gebouwen in
en om Ruurlo. Zij ruilden wel eens gronden, blijkens een vermelding uit de
archieven van de Rekenkamer (18e eeuw):
Verzoek van
Jacob Derk Carel van Heeckeren van Kell, opper-kerkmeester van de kerk te
Ruurlo, alsmede van de predikant en diakenen aldaar, om een huis en hof,
toebehorend aan de kerk in het dorp Ruurlo te mogen ruilen tegen een huis en
een stuk land van eerstgenoemde, gelegen buiten het dorp.
Kerk, kasteel (14e
eeuw), de molen Agneta (1851) en de Kroezeboom (meer dan 400 jr), de laatste
twee aan de Borculoseweg, vormen nog steeds de gezichtsbepalende historische
monumenten in Ruurlo. Als in vroeger tijden een begrafenisstoet de Kroezeboom
passeerde was het de tijd om de klokken in de kerk te gaan luiden. Tegenwoordig
is het uitzicht van dorpsplein op de molen en Kroezeboom niet meer zo weids.
Vooral na de oorlog is Ruurlo flink uitgebreid met woningbouw.

Kroezeboom en molen Agneta in
vroeger tijden
Graven in en rond de kerk
Begraven werd er zowel binnen als
buiten de kerk. Voor de preekstoel is nog een grafsteen zichtbaar met de
–moeilijk leesbare- tekst en wapentekens:
“HED.IC. BEVERVORDE GEBOREN
DOCHTER VA.. HVIS M. VOERDEN”
Hier ligt de in 1614 overleden
Hendrica van Bevervorde, 3e vrouw van Joost van Heeckeren, begraven.
Een andere grafzerk, naast het doopvont, is van Reinder Weenink, anno 1767. Wie
hij was, is niet bekend, hoewel er wel eens een relatie is gelegd met de molenaar
van de watermolen van huize Ruurlo. De genealogische gegevens zijn echter
problematisch. Tijdens de restauratie van 1954-1956 is de huidige tegelvloer
aangebracht. Er is dus niet veel meer van de graftraditie binnen de kerk te
zien.
Buiten de kerk zijn in 2002 door archeologisch onderzoeksbureau Synthegra uit Zelhem en de Archeologische Werkgroep van Old Reurle graven uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd blootgelegd. Vastgesteld werd dat het grafveld rond de kerk ook onder de huidige Dorpsstraat ligt. Oorspronkelijk moet de Dorpsstraat daarom met een veel ruimere boog om de kerk gelopen hebben (zie tekeningen). Buiten ging het om graven van minder welgestelde mensen, blijkens aangetroffen sporen van ondervoeding, zodat in de media werd gesproken van “de keuterboeren van Ruurlo”.
Vroeger werden de
mensen niet al te diep onder de grond begraven. De voorname families konden
zich een grafplaats binnen de kerk veroorloven. Zij moesten vaak wachten tot
hun dierbare in de vloer bijgezet kon worden. Daar komt de naam “rijke
stinkerd” vandaan, want de lijklucht hing tussen de banken. Sommige kerken
hadden daarvoor speciale luiken die als een soort ontluchting opengezet konden
worden.
Het verhaal gaat
dat Kerst Zwart, de beroemde Ruurlose dorpsonderwijzer woonachtig aan het
dorpsplein, zich op warme dagen verzuchtte dat het er zo stonk. Het dorpsplein
was immers de aloude begraafplaats van Ruurlo.


Dorpskerk rond 1750,
anoniem pentekening
C. Pronk 1732 (zie es & begraafplaats)
Preekstoel en zij-ingang
De kuip en het achterschot van de preekstoel dateren uit de 17e eeuw. Bij wijziging van het interieur na 1952 is de preekstoel iets lager geplaatst en van een nieuwe klankbord en trapje voorzien. Te zien is dat de kuip nog is voorzien van houtsnijwerk, het klankbord van recentere datum niet. Naast de preekstoel is midden vorige eeuw een offerblok teruggevonden, dat met een dikke knoest in de grond zat verankerd.
In vroeger tijden preekte een dominee van “boven” om zichtbaar en hoorbaar te zijn. Een preekstoel symboliseert ook het verheven Woord van God. Tegenwoordig is door het bezit van een geluidsinstallatie een preekstoel niet echt meer nodig. De dominee begint en eindigt de dienst vanachter de tafel, maar houdt de preek nog steeds vanuit de kuip.
Op onderstaande linkerfoto is de fraaie zij-ingang van de
kerk zichtbaar, waarvan de deuromlijsting na de verbouwingen in 1954-1956
verdween. De ingang bij de toren werd toen
hoofdingang. Naar verluidt gebruikten de Van Heeckerens altijd de achterste
zij-ingang. De zitplaats van de heren en freules van Ruurlo was destijds in de koorbanken.
Deze koorbanken zijn in 2004 verwijderd.
Sluitstenen gewelfbogen en koor
Bij de restauratie in 2004 kwamen bij verrassing de sluitstenen in de gewelfbogen weer te voorschijn. Door de eeuwen heen waren die er onder ‘gekalkt’. Drie sluitstenen zijn weer in originele staat teruggebracht.
In het middelste gewelf is bij binnenkomst het symbool van een zon of ster te zien met daarin het jaartal 1750 gegraveerd. Aan de andere zijde is een palmtak waar te nemen. In de zijbeuk is het jaartal 1561 te zien.
Op de sluitsteen in het koor staan vissen afgebeeld. Maar die zijn met het blote oog bijna niet zichtbaar. De sluitsteen boven het orgel is vanuit het middenschip niet goed zichtbaar. Ook de colonettes die op de pijlers en de gewelven zijn aangebracht zijn weer in de originele crème kleur terug gebracht evenals de kapiteelkopjes.
Het koor bevat een dichtgemetseld
raam. Op de tekening van C. Pronk uit 1732 valt te zien dat dit raam destijds
nog een normaal kerkraam was. In 1957 werd gecollecteerd om hier een
gebrandschilderd raam te plaatsen. De actie mondde uiteindelijk uit in de
aanschaf van kroonluchters.
Aan de linkerzijde van het koor
heeft vroeger de gevangenis van Ruurlo gestaan. Bij de verhoging van de
noordbeuk in 1845 is die gevangenis als het ware “opgeslokt”, dus binnen de
kerkmuren terecht gekomen. Er is toen nog overwogen om van de ruimte een garvekamer, een consistorie, te maken.
Uiteindelijk zijn er gewoon banken geplaatst.


sluitsteen verhoging van het
dak door de eeuwen heen
Restauratiewerk in 2004
De laatste restauratie van de kerk vond in 2004 plaats.
Het voegwerk aan de buitenzijde van de kerk en toren is uitgehakt en opnieuw ingevoegd. Het het torenkruis werd opnieuw geschilderd en de haan en pijnappel op de toren opnieuw verguld met dubbel torengoud. Daarnaast werden de dakkap aan de oostzijde en gedeeltelijk aan de zuidzijde, die bekleed waren met asbestboard, vervangen door een vurenhouten dakbeschot. Ook het dakbeschot en dakbedekking van het platte dak is vernieuwd.
Binnen was de meest in het oog springende verandering de grondige vernieuwing van ruim driehonderd vierkante meter stucwerk en het verwijderen van de banken en lambrisering van het koor. Het nieuwe voegwerk doet warm aan en ook het interieur is door de verandering van de kleurstelling aangenamer geworden.
De restauratiekosten bedroegen ruim een half miljoen euro. De kosten van de reparatie van dit Rijksmonument werden gefinancierd uit Monumentenzorg, fondsen als het Prins Bernard Cultuurfonds en ludieke geldwerving onder de Ruurlose bevolking. Zo mocht de hoogste “bieder” de haan met behulp van de aannemer op de torenspits plaatsen, een handeling die traditioneel is weggelegd voor de hoogst geplaatste persoon uit de gemeenschap.
steigers in de
kerk tbv stucwerkzaamheden

herplaatsing
van de –verrassend kleine- haan op de toren
Zijbeuk
De eerste zijbeuk dateert uit 1561. In 1845 werd de zijbeuk vervangen door de huidige. Iets later (1856) volgde de bouw van de voorloper van de huidige consistoriekamer, naast de toren.
Een steen met opschrift W.H.A.C. (Willem) van Heeckeren van Kell herinnert aan het jaar 1845. De steen bevindt zich aan de buitenkant van de kerk, tegenover het modehuis (iets boven de grond). Willem Hendrik Alexander Karel leefde van 1774 tot 1847. Deze Ruurlose kasteelheer was onder andere 2e Kamerlid en Gouverneur van Gelderland.
De zijbeuk had oorspronkelijk een puntdak en tussen schip en zijbeuk was een zakgoot. Dit puntdak liep niet over de gehele lengte van de zijbeuk door maar slechts over drie traveeën. Tegenwoordig is er een plat dak (sinds 1845), dat bij de restauratie in 2004 is vervangen door een nieuw koperen roevendak.


W.H.A.C. van
Heeckeren Detail
bouwtekening uit 1845

het vernieuwde roevendak sinds 2004
Stercke verhalen
Wat zijn feiten en wat is fictie? Rond de Dorpskerk
circuleren allerlei mooie verhalen. Geschiedenis laat zich niet altijd
makkelijk reconstrueren. Sommige verhalen benaderen dicht de waarheid, andere zitten
in het beginstadium van sage- en legende-vorming, of verdienen dat predikaat
ruimschoots...
Het gouden Mariabeeldje
Tot de Reformatie was de Dorpskerk een katholieke kerk. Het
interieur moet veel “rijker” zijn geweest dan nu. Het verhaal gaat dat er een
prachtig verguld Mariabeeldje stond. Toen de kerk in 1598 reformatorisch werd
met Johannes Wigelius als eerste predikant, was het zaak dat ook de inventaris
ongeschonden overging. Mogelijk heeft een van de overgebleven katholieke
families het kleinood toch verstopt, hoewel dat via landelijke decreten
uitdrukkelijk was verboden. Tot op de dag van vandaag is het beeldje spoorloos.
De grijze haren van
Hendrica
In de kerk ligt de grafsteen van Hendrica van
Bevervoorde. Zij ligt er sinds 1614 begraven. Midden vorige eeuw zou bij het
aanleggen van de tegelvloer haar graf zijn gelicht. De ruimers troffen tot hun
verbazing een skelet aan met lange haren, die leken te zijn doorgegroeid.
Het verhaal gaat dat Hendrica, derde vrouw van Joost van Heeckeren,
achttien kinderen had, Zes zonen zijn gesneuveld
in de Tachtigjarige oorlog. Enkele bij
Nieuwpoort (1600), anderen bij Duins (1639). Hendrica moet er “grijze haren”
van hebben gekregen.
De schat in de toren
Begin jaren 50 van de vorige eeuw was er een
gerespecteerd kerkvoogd die bijzondere interesse had in de geschiedenis van de
kerk. Op een dag vond hij een half vergane kist in de kerktoren. Een schat, maar
niet met goud en sieraden…
Er zaten stokoude handschriften in met prachtige verhalen
uit het verleden. Zo ook over benoemingen van predikanten. We schrijven het
jaar 1733. Richter Aberson wil een baantje voor zijn zoon en denkt aan de
vacante predikantsplaats in Ruurlo. Hij weet dat de heer van Ruurlo bij
benoemingen een stevige vinger in de pap heeft. Hij zal wel tegen zijn. Dus
bedenkt Aberson een list. Als Van Heeckeren voor zaken buiten Ruurlo is, roept
hij de gemeenteleden op om voor zijn zoon te komen stemmen. Ieder die positief
stemt, krijgt jenever. Hij voert de gemeenteleden dronken, en massaal kiezen ze
voor zijn zoon. De heer van Ruurlo is bij thuiskomst woedend en laat de
gemeenteleden een verklaring tekenen dat ze nooit meer overhaast en zonder zijn
kennisneming een dominee, schoolmeester of koster zullen aanstellen.
De benoemingsperikelen zijn goed gedocumenteerd, het
verhaal over de half vergane torenkist is niet te verifiëren.
Consistoriekamer
Dit is de kamer waar de consistorie, de kerkeraad, bijeenkwam en waar catechesatie, godsdienstonderwijs, werd gegeven. Tegenwoordig vergadert de kerkeraad in het gemeentecentrum de Sprankel (1964) aan de Domineesteeg. De voormalige pastoriewoning, het huis van de dominee, staat ernaast en is nu meubelzaak.
De huidige consistoriekamer is in 1927 gebouwd. In de 19e eeuw stonden hier het brandspuithuisje van Ruurlo en iets later de –verplaatste- gevangenis. Brandspuithuisje en gevangenis zijn in 1856 naar het dorpsplein verplaatst, tussen het oude gemeentehuis en de toenmalige dorpsschool.
De consistoriekamer wordt iedere zondag voor en na de dienst gebruikt door de dienstdoende ambtsdragers en de predikant. Men bereidt zich hier voor op de dienst en kan er napraten. De collecte wordt hier geteld. Ook is het de wachtruimte bij doopzittingen. De ruimte is eenvoudig ingericht. Langs de wanden hangen lijsten met foto’s van predikanten die de kerk hebben gediend. Ze lijken toe te zien op het werk van hun opvolgers en de na hen functionerende kerkeraadsleden.
Vermeldenswaard is de foto van mevrouw dominee T. Barnard. Ruurlo was de eerste kerkgemeente in Nederland met een vrouwelijke predikant (1968). De Nederlands Hervormde kerk liet pas vanaf 1967 vrouwen toe tot het predikantsambt.
Domina Barnard was een actieve en vooruitstrevende dominee. Zij zette zich erg in voor de bouw van het gemeentecentrum de Sprankel. Ze begon jeugddiensten wel eens met grammofoonplaten en liedjes van Boudewijn de Groot en Edith Piaf.
Links van de ingang van de consistoriekamer, onder de orgelgalerij, hangt een lijst met de namen van Hervormde predikanten, die teruggaat tot 1598, met als eerste reformatorische predikant Johannes Wigelius.


Voorganger van consistoriekamer Gevangenis noordzijde, naast koor, 1845
n.b. klok nog niet op de spits, ca. 1890