Molen in het Windmolenveld in Ruurlo.
In het archief van de Historische Vereniging Old Reurle hebben we enige
informatie over deze molen.
Kerst Zwart, schrijver van het boek “De Blokhut in het Stoeveveld”uit 1920,
begint zijn boek als volgt:
Op een laten avond in den nazomer van een der eerste jaren na 1800 stapte een
man in pijjekker en met een muts van otterbont op den oogen neergetrokken ,
tamelijk vlug en veerkrachtig voort op den Zutphenschen weg, waar die even ten
westen van ’t huis Ruurlo langs de Formerhoeve gaat. Hij richtte zich echter
niet naar ’t Muldershuis aan ’t eind van dien weg, maar sloeg rechtsaf langs het
Slag het Windmeuleveld in op den standerdmolen aan, die toen op ’t heuveltje
midden in het veld met zijn langvingerige wieken een weg door de wildernis wees,
en waarvan nu nog slechts een zware steen ter plaatse met het jaartal 1793 de
herinnering bewaart.
Wijlen dhr. Frits Toevank, groot kenner van Ruurlo, heeft er ook wat over
opgeschreven.
Het was een windkorenmolen, een z.g. stenderkaste die vrij in het veld stond
omgeven door heidevelden, de Windmolenseheide.
Op de kadasterkaart van 1809 wordt deze genoemd.
De molen stond op de molenbult aan de Möllendiek en is in 1883 afgebroken.
In ons (Historische Vereniging Old Reurle”) boek “Ruurlo van 1900 tot
Berkelland” wordt de molen ook genoemd in hoofdstuk 16.
Toevank schrijft verder:
Tussen de molen en de doolhof was vroeger een schietbaan van Ruurlo.
In 1940 was er een schietbaan met de heuvel als kogelvanger met daarvoor de
schietschijf van gietijzer aan 2 palen.
In de 2e W.O. heeft baron van Heeckeren van Kell opdracht gegeven om deze schijf
onder de grond te verwerken tot na de oorlog.
Het schijnt vergeten te zijn om met de stenen van de korenmolen deze weer op te
graven.
Volgens iemand van Staatsbosbeheer op Slagman -niet wetende wat dat gat en de
heuvel betekende- is het met een shovel gelijkgemaakt. Daar kwam de gietijzeren
plaat te voorschijn. Deze is als oud ijzer afgevoerd.
Tijdens de mobilisatie in 1939 stond er een uitkijktoren op de bult die door het
Ned. leger werd gebruikt en later door de Duitse bezetter.Na de oorlog is deze
afgebroken.
Toevank schrijft verder:
Op 2 november 1835 kreeg molenaar Gradus Vels van de windkorenmolen in het
windmolenveld, hij was ook de molenaar van de watermolen bij kasteel Ruurlo, een
procesverbaal van commiezen te voet van de Directe belasting te Zutphen.
Hij had een totaal overwicht gemalen graan 134 pond van verschillende eigenaren
oplopende van 7 pond tot 15 pond.
Hij kreeg een boete van 404 gulden en 3,62 aan onkosten. Dat was toen een groot
bedrag.
Het dagloon was in die tijd 10 stuivers in de zomer en 8 stuivers in de winter.


